Blog

Over schrijven en een juiste pengreep

Een juiste pengreep.

Een goede pengreep zorgt ervoor dat een kind controle heeft over een potlood of pen. Een verkeerde pengreep maakt dat een kind zich zo hard moet concentreren op de juiste greep, dat ze geen volledige concentratie kunnen geven aan het leren schrijven van de letters. Bij veel kinderen die een moeilijk leesbaar handschrift hebben, merk je een onvermogen om de pen of het potlood op de juiste manier te gebruiken met hun huidige greep, met als gevolg slecht gevormde letters en een onvermogen om op of tussen de lijnen te schrijven. Helaas volgt dan vaak een tweede probleem. Een kind dat de letters niet goed kan schrijven kan ze ook moeilijk teruglezen. Het kind wordt zelfs onterecht spellingzwak genoemd.

Ontwikkeling van de hand.

Wat je veelal ziet zijn rood-witte vingertoppen en gewrichten bij het schrijven. Een te krachtige greep of overstrekking van de gewrichten voegen onnodig druk toe aan de vingers en handspieren en dat kan de ontwikkeling van groeiende handspieren en gewrichten in de weg staan. Extra druk kan ook klachten als vermoeidheid en pijn in de vingers, handen en schouderspieren geven.

Wanneer een kind zijn pen niet goed vasthoudt, blokkeert dat het zicht op het papier daardoor gaan ze hun hoofd opzij verplaatsen, het hoofd schuin houden of heel dicht op het papier zitten, ze gaan over de tafel hangen of leggen hun hoofd op de tafel. Vaak zijn er dan ook onderliggende primaire reflexen actief. Ook overstrekken om over hun hand heen te kunnen kijken is iets waar je op moet letten. Een verkeerde houding kan dan weer leiden tot pijn, vermoeidheid in de vingers, hand en schouderspieren. Een pijnlijke onderrug is zelfs mogelijk.

Wanneer een kind het gevoel heeft geen controle te hebben over het potlood of de pen, dan gaat het de pen of het potlood nog steviger (of verkeerd) vastpakken om dat te compenseren.

Moet een kind zijn potlood vaak slijpen omdat de punt voor de zoveelste keer gebroken is? Breken waskrijtjes makkelijk? Vaak komt dit omdat er teveel druk op de punt van het potlood wordt uitgeoefend. Het kind denkt zo meer controle over het potlood te krijgen en geeft extra druk waardoor de potloodpunt makkelijk breekt.

Klaagt een kind over pijn en vermoeidheid van de vingers, handen en schouders of heeft het zonder aanwijsbare reden last van de rug en de nek dan kan een verkeerde pengreep de oorzaak zijn. Vooral als een kind om die reden verkeerd voor zijn werk zit of als de hand het zicht op het schrift ontneemt kan dit makkelijk ontstaan.

Merk je dat een kind langzaam schrijft, het werk niet afkrijgt of dat de aandacht verslapt tijdens opdrachten waarbij schrijven een rol speelt, dan kan het zijn dat het kind teveel aandacht aan het schrijven en zijn pengreep moet geven. Als een houding moeite kost, dan haakt het kind vaak af.

Er is dus vaak meer aan de hand dan alleen een ‘beroerd’ handschrift of een verkeerde pengreep. Om ontspannen en netjes, leesbaar te kunnen schrijven moet de ontwikkeling van de hand goed verlopen zijn. Door de hand alsnog de juiste ontwikkeling te laten doorlopen, zal het handschrift en de pengreep aanzienlijk verbeteren! In mijn praktijk heb ik al vele kinderen geholpen om dit te ontwikkelen. Meer weten? Kijk op de website of neem vrijblijvend contact met mij op!

Zomaar een kind in groep 3…

Zomaar een kind in groep 3. Je hebt moeite om te beginnen aan je werk, je weet gewoon niet hoe. Je kijkt rond en schuift heen en weer op je stoel. Je gaat zitten, je voeten om je stoelpoten geklemd. Je rug met een hoek tegen de leuning, je armen zijn gestrekt. Als je eindelijk dat woordje letter voor letter hebt weten te ontcijferen en je hem opschrijft zijn je letters gedraaid. De ‘b’ is een ‘p’ geworden, je hebt geen idee en kijkt verward als juf zegt dat dit de verkeerde letter is. Je gaat wekelijks naar logopedie en daar wordt je ondergedompeld in letters. Je krijgt allerlei hulpmiddelen mee om de letters te onthouden en toch lukt het allemaal niet.

Mijn hart huilt als ik jou zo bezig zie. Ik zie je onvermogen en ik zie je struggle. Je kan niet anders! Je hebt een vervelende primaire reflex die je in de weg zit, je zal eerst moeten bewegen voor je verder kunt. Je hersenen weten niet dat het ook anders kan, daar heb je hulp bij nodig. En ik sta aan de zijlijn. Ik zie je enkel in de klas, ik kom niet voor jou, maar mijn handen jeuken. Ik mag dit niet doen op school. Scholen mogen geen zorgarrangementen afsluiten om aan de reflexen te werken. Wat is het toch jammer dat er niet meer bekendheid is over de primaire reflexen!

Herken jij jouw kind in het verhaal of in de omschrijving hieronder? Neem dan contact met me op en laat je kind zich ontwikkelen zodat het verder kan!

Symptomen die bij een actieve Symmetrische Tonische Nek reflex horen;

* Neiging om over de tafel te liggen/buigen met het hoofd.

* Voeten om stoelpoten geklemd.

* Het kind wil altijd op zijn voeten gaan zitten tijdens het schrijven. (been onder de kont)

* Kind kan moeilijk stilzitten.

* Concentratieproblemen.

* Geheugenproblemen.

* Kind zit vaak in een “W” zit: billen tussen de benen.

* Onhandig.

* Moeite met zwemmen.

* Slechte, gebogen houding.

* Evenwichtsproblemen: kind valt veel.

* bijzondere “loop”.

* Hoofdpijn door spierspanning in de nek.

* Moeite met lezen en schrijven.

* Slordig eten en schrijven.

* Kind heeft moeite met overschrijven van het bord zonder fouten.

* Visuele problemen.

* Niet scherp kunnen zien bij snel afwisselend kijken naar schoolbord en boek op tafel.

* Kind heeft niet gekropen, vaak (kort) kruipen overslaan en direct staan of ze liepen als een beer op handen en voeten of schuiven op de billen.

Ontwikkeling Symmetrische Tonische Nek reflex (STNR):

De STNR is een overgangsreflex. Dat wil zeggen dat deze niet vanaf de geboorte actief is maar volgt op de integratie van primaire reflexen enkele maanden na de geboorte.

Deze reflex verdeelt het lichaam in een bovenste en onderste helft, die tegengesteld werken: Wanneer de bovenste helft gestrekt is, kan de onderste helft zich buigen en omgekeerd. Bij de STNR bewegingen is het net alsof de baby in de startblokken staat om te gaan kruipen op handen en knieën.

De STNR zorgt ervoor dat baby’s zich kunnen oprichten op handen en voeten tegen de zwaartekracht in.

Deze reflex komt zes à acht maanden na de geboorte tevoorschijn en moet ongeveer tien maanden na de geboorte geïntegreerd zijn.

Het effect:

Kinderen met een ongeremde STNR zullen nauwelijks kruipen op handen en knieën. Billenschuiven, overslaan van de kruipfase of een berengang (met rechte armen en benen) is hoe zij zich vaak voortbewegen.

Deze reflex speelt mee bij het vermogen om met de ogen scherp te kunnen blijven zien wanneer afwisselend van ver weg naar dichtbij en vice versa gekeken moet worden. Een niet geïntegreerde STNR bemoeilijkt het zicht in het vlak boven-onder, zoals de ATNR dat doet met links-rechts. Ook door een ongeremde STNR is de oog-handcoördinatie bemoeilijkt.

Een kind met een niet geïntegreerd STNR zal vaak een voorovergebogen houding hebben en er wat sloom uit zien als hij loopt. Als het schrijft of leest aan tafel (hoofd naar voren), dan zal hij steeds dieper buigen tot hij bijna met zijn neus op zijn tafel ligt. Zijn benen zullen dan vaak gestrekt zijn, het kind klemt de voeten om de stoelpoten om dit te onderdrukken of gaat op één of twee benen zitten. Tijdens de les, bij het omhoog op het schoolbord kijken en omlaag naar zijn boek of schrift lijkt het of het voortdurend meer onderuit zakt en van zijn stoel afschuift. Door het onderdrukken van deze reflex wordt de aandacht van de lesstof afgeleid en zal dit kind geregeld met aandachts- en concentratieproblemen te maken hebben.

Haren kammen, netjes en met mes en vork eten, sporten en netjes schrijven zullen bij een kind met een niet geïntegreerde STNR niet snel favoriet zijn, daar dit veel moeite kost.

Leren vanuit een stevig fundament!

Om te kunnen stilzitten moet je eerst bewegen!

Voor een kind toe is aan stilzitten op een stoel en leren moet het een enorme ontwikkeling hebben ondergaan. In onderstaand plaatje zie je welke fases een kind allemaal doorlopen moet hebben voor het kan starten met leren. Wanneer een van de blokken ontbreekt is er geen stevig fundament en zal het problemen gaan krijgen.

Primaire of primitieve reflexen

Deze reflexen zorgen voor geautomatiseerde bewegingen. Ze zorgen ervoor dat we ons hoofd rechtop kunnen houden en kunnen lopen op twee benen. Ze zijn essentieel voor onze totale ontwikkeling. Wanneer een kind bijvoorbeeld niet heeft gekropen, wat voortkomt uit de Symmetrische Tonische Nekreflex (STNR), dan is de kans groot dat het moeite heeft met goed zitten. De benen willen strekken wanneer het bovenlijf buigt. Denk maar eens aan een kind dat aan een tafeltje zit en moet gaan schrijven. Het kind wil de benen strekken, maar dat gaat niet, dus klemt het de voeten om de stoelpoten of ze gaan op een been zitten. Of ze hangen als een plank op de bank of stoel. Bij deze kinderen zie je vaak de alom bekende ‘W’ zit. Ze gaan liever staan tijdens het werken, dat is makkelijker voor hun lichaam.

Deze kinderen hebben vaak een slechte oogsamenwerking en hebben moeite met veraf en dan weer dichtbij kijken. De hand-, oogcoördinatie is niet sterk. Vaak hebben deze kinderen moeite met balsporten zoals tennis. Koprollen kan lastig zijn. Allemaal zaken die vanaf groep 3 aan de orde komen! Het is dus belangrijk om te onderzoeken of deze reflex dan nog actief is.

Naast deze reflex zijn ook de andere primitieve reflexen van belang om een goede ontwikkeling door te maken, ze zijn essentieel voor de volgende bouwblokken. Is een reflex niet goed geïntegreerd dan blijft een kind hangen in een bepaalde fase. Ondertussen ontwikkeld het wel gewoon verder, maar dat ene stukje mist.

Sensorische ontwikkeling

Zonder voldoende beweging krijgen onze zintuigen niet voldoende mogelijkheden om informatie efficiënt te verwerken. Dit kan leiden tot problemen met focus, aandacht, begrip, lezen, schrijven en andere gedragsuitdagingen. Het is van belang om de omgeving om ons heen te begrijpen, hoe beter we dat kunnen, hoe beter we functioneren.

Als eerste ontwikkelen onze nabije zintuigen in de baarmoeder (vestibulaire zintuigen, proprioceptie, tactiele en interoceptieve zintuigen) en die geven ons informatie over wat er in ons lichaam gebeurt. Deze nabije zintuigen vormen de basis voor onze verre zintuigen (zicht, gehoor, smaak, geur en aanraking) zij zorgen ervoor dat we de wereld om ons heen kunnen begrijpen. Wanneer de verre zintuigen op de juiste manier functioneren kunnen ze ons laten weten waar we ons bevinden in de ruimte, zorgen ze voor coördinatie van balans en beweging en weten wij wanneer we bijvoorbeeld honger of dorst hebben.

Grove en fijne en psychomotoriek

Beweging is in eerste instantie het meest essentiële onderdeel van en voor de ontwikkeling. Een baby moet leren controle te krijgen over de beweging om tegen de zwaartekracht in vrij te bewegen in een rechtopstaande positie. Een baby moet leren om controle over het hoofd te krijgen, leren het rechtop te houden en het op te tillen. Kinderen die vaak in maxi-cosi’s liggen brengen een groot deel van de dag in half opstaande positie door; hierdoor hoeven ze hun hoofd nauwelijks op te tillen. Hierdoor ligt het kind minder vaak op de grond om te oefenen met deze belangrijke beweging. De spierspanning blijft dan laag en de baby zal de schouders en rug gebruiken om het hoofd te liften. Dit heeft effect op de balans, oogbewegingen en de vestibulaire ontwikkeling (waarneming en regelen van balans, evenwicht en oriëntatie en heeft eveneens een grote invloed op de ontwikkeling van de spierkracht en het gezichtsvermogen).

In een volgende fase zal het kind de handreflexen leren verfijnen. Ze oefenen met dingen pakken, hun vingers afzonderlijk van elkaar te bewegen. Ze leren dat als ze ergens naar kijken dat ze het kunnen pakken, ze leren hun handen te doen wat de ogen willen. Zo ontwikkelen ze de oog-, handcoördinatie. Ze ontdekken dat we een middellijn hebben en leren dat we een onder en boven hebben, een links en rechts en een achter- en voorkant. Ze leren in een latere fase weer hoe ze deze kunnen passeren.

Deze fases zijn van essentieel belang om onze twee hersenhelften te laten samenwerken. Dit heeft effect op de ontwikkeling van leren lezen en schrijven. (Begrijpend lezen kan bij kinderen met een actieve STNR ook nog problemen opleveren).

Visuele en auditieve vaardigheden

Voordat kinderen naar groep 3 gaan moeten ze de auditieve vaardigheden voldoende beheersen. In groep 2 (soms al in groep 1) zijn kinderen vaak al op hun eigen manier bezig met letters en klanken. Ze herkennen bijvoorbeeld de eerste letter van hun naam en rijmen met woorden. De vaardigheden die een kind moet beheersen voordat het naar groep 3 kan zijn de volgende:

• Auditieve discriminatie: dit is het verschil horen tussen de verschillende klanken. Een m klinkt anders dan een n en de a klinkt anders dan de aa.

• Auditieve analyse: hier moeten we een woord in stukjes hakken. Zo hak je het woord roos in stukjes: r-oo-s.

• Auditieve synthese: hier leer je klanken aan elkaar plakken tot een woord. Je hoort v-i-s, dit wordt vis

Bij de kleuters wordt er op een speelse manier gewerkt aan de auditieve vaardigheden om kinderen voor te bereiden op groep 3.

Naast de auditieve vaardigheden zijn ook de visuele vaardigheden van belang. Onder visuele vaardigheden valt bijvoorbeeld het herkennen van letters en het verschil zien tussen de letters. Jonge kinderen draaien vaak nog letters om of zien het verschil nog niet goed tussen letters die op elkaar lijken.

Het kan zijn dat kinderen in hogere klassen, doordat de basis van de auditieve vaardigheden niet voldoende is, problemen krijgen in het lezen en de spelling.

Werkgeheugen

Onder het werkgeheugen wordt de vaardigheid verstaan om informatie in het geheugen bij te houden wanneer er een ingewikkelde taak wordt uitgevoerd. Deze vaardigheid heeft het kind al eerder aangeleerd, maar nu moet het kind de geleerde vaardigheid kunnen toepassen in een andere situatie. Het werkgeheugen is belangrijk om te onthouden welke stappen je moet ondernemen om iets te doen.

De ontwikkeling van het werkgeheugen begint al wanneer kinderen nog niet op school zitten. Een dreumes van 1,5 kan een speeltje weer vinden omdat hij/zij weet waar hij/zij er voor het laatst mee heeft gespeeld. Op school wordt een groot beroep op het werkgeheugen gedaan door bijvoorbeeld een spelletje te spelen waarbij we tien voorwerpen neerleggen, de kinderen hier even naar laten kijken en daarna een deken over de voorwerpen heen leggen. Kunnen de kinderen dan nog vertellen welke voorwerpen er onder het deken liggen?

Kinderen hebben nogal wat te ontwikkelen voor ze klaar zijn om in groep 3 te starten met leren lezen en schrijven. Wanneer ze deze fases allemaal goed doorlopen hebben zijn ze er klaar voor. Soms loopt het anders en zal een kind een fase opnieuw moeten doorlopen om verder te groeien, daar kunnen we ze door te bewegen bij helpen. Ik bedoel dan niet gewoon wat heen en weer rennen of springen, maar terug naar de basis. De hersenen moeten nieuwe verbindingen leren te maken om verder te kunnen. Hierbij kan ik helpen met reflexintegratie of psychomotorische training. Zo zal het kind zich op de juiste manier verder kunnen ontwikkelen en minder moeite hebben met schoolse zaken.

Meer weten? Neem contact met mij op via de website http://www.praktijkabracadabra.nl of mail naar info@praktijkabracadabra.nl

Waarom lopen scholieren vast op het VO?

Ken je dat? Je kind heeft de basisschool met weinig problemen doorlopen. Het haalde goede resultaten en haalde met gemak hoge scores. De havo of zelfs het vwo zou geen probleem zijn. De eerste jaren op het VO gingen, maar hier en daar wel moeizaam. In de derde of vierde klas wordt het moeilijker. Vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en biologie worden steeds lastiger. Wanneer je vraagt waar het misgaat dan krijg je als antwoord, ze missen het inzicht. Inzichtsvragen is iets waar ze niet uitkomen.

Hoe kan dat nu? Op het voortgezet onderwijs worden vaardigheden van scholieren verwacht die ze nog niet geleerd hebben. Ze zijn gewend om de stof in zich op te nemen door de stof door te lezen en tot de de derde, soms vierde klas ging dat prima, maar daarna lopen ze vast. Ze hebben geen idee welke mogelijkheden er allemaal zijn om te leren. Vraag je ze hiernaar dan komen ze veelal niet verder dan samenvatting maken en wrts. De samenvatting die ze maken zijn veelal overgeschreven samenvattingen. En dan merken ze; dat werkt niet. Maar hoe dan wel? Kortom leren leren.

Wat je ook veel tegenkomt zijn de problemen met plannen. Want wanneer leer je nu eigenlijk voor een toets? Wanneer maak je je huiswerk en waarom zou je alles maken? Ze missen het overzicht. Ze kunnen dit niet veranderen en lopen steeds tegen hetzelfde aan. De motivatie zakt weg en ze komen in een vicieuze cirkel terecht.

Dat is zo jammer, jij, maar ook zij zelf hadden zulke andere verwachtingen! Toch is dit te doorbreken. Het SLiM programma helpt jouw scholier gedurende drie maanden om weer overzicht te creëren en leert je hoe je om moet gaan met inzichtvragen. Je leert hoofd en bijzaken in een tekst te onderscheiden. Daarnaast leer je je sterke en zwakke punten kennen en leer je doelen stellen om beter met je huiswerk om te gaan. Het programma draagt bij aan een goede planning en je executieve functies (dat zijn die vaardigheden die je nodig hebt!) te ontwikkelen. Waarom drie maanden? Om jezelf iets eigen te maken is een week of zelfs een maand niet voldoende. Om die reden houden we bij dit programma drie maanden aan. Er zit veel herhaling in, er is tijd om te coachen door mij als begeleider en op die manier zal de nieuwe manier van leren inslijpen. Na deze drie maanden heb je levenslang toegang tot het programma, je kunt dus altijd weer terugvallen en kijken hoe het ook alweer moest.

Wat is dan het resultaat na deze drie maanden? Je scholier leert leren op de manier die bij hem/haar past en leert overzicht te creëren. Huiswerk en leerwerk is op tijd af en dat geeft rust. Doordat ze betere cijfers halen komt ook de motivatie weer terug. Om een nog beter resultaat te boeken is het aan te raden om naast het programma te starten met huiswerkbegeleiding. Door de coaching zal jouw kind minder snel terugvallen en het huiswerk op tijd af hebben. Dit komt de sfeer in huis ten goede.

Vanuit mijn praktijk bied ik jullie een speciaal programma om beter te leren en te plannen. Ter introductie kun je het online programma (t.w.v. €297,00) nu aanschaffen voor €197,00 per maand (drie maanden), je ontvangt daarbij een keer per week huiswerkbegeleiding gedurende het (online) programma. Tijdens deze begeleiding is er plaats voor coaching en begeleiding bij het huiswerk.

Wil jij dit ook voor jouw kind? Neem dan contact met mij op. Meer informatie op de website http://www.praktijkabracadabra.nl of mail naar info@praktijkabracadabra.nl

Online begeleiding

In deze tijd van internet waar de wereld een stuk kleiner lijkt en afstanden eenvoudig zijn te overbruggen biedt online ondersteuning uitkomst! Niet iedereen is in staat om de praktijk te bezoeken en soms zijn er mensen aan de andere kant van het land of zelfs in een ander land die begeleiding van ABraCaDabra willen! Online begeleiding kan deze afstanden laten verdwijnen!

Online Remedial Teaching; begeleiding op maat

Het is ook mogelijk om Remedial Teaching online te volgen. Via Skype of FaceTime werken we samen aan de hulpvraag. Via een beveiligde online leeromgeving ontvang je de opdrachten die je nodig hebt om te oefenen en die kun je daar ook weer inleveren. Het voordeel van van online begeleiding is dat er meer mogelijk is qua tijden. De instructies zijn kort en via ondersteunende extra filmpjes kun je het geleerde nog eens terugkijken. Dat helpt bij het leren, herhaling is zeer belangrijk. Je hoeft nergens heen en kunt vanuit je eigen kamer begeleiding krijgen. Dit is een zeer effectieve manier van RT. Veel kinderen vinden dit heel prettig! Als ouder zijnde is het ook fijn, je hoeft niet meer te racen, en je hoeft niet thuis te zijn, jouw kind kan dit helemaal zelfstandig!

Nieuw, vanaf oktober! Sneller, leuker en makkelijker leren voor middelbare scholieren in 12 online lessen. Dat is SLiM!

Waarom leren leren?
Zit jouw kind (bijna) op de middelbare school? Dan weet je dat huiswerk inmiddels dagelijkse kost is. Bij sommige leerlingen verloopt het maken van huiswerk redelijk soepel. Maar bij veel leerlingen, die in deze periode ook nog eens in de puberteit komen, gaat dit niet zonder slag of stoot. Dat is niet vreemd. Leren is namelijk een complex proces. Vaardigheden zoals doorzettingsvermogen, focus, motivatie, planning, concentratie, een doel voor ogen hebben, mindset, werkhouding, omgaan met emoties en tegenslag horen hier allemaal bij. Deze executieve functies zijn in het puberbrein nog volop in ontwikkeling. Leren moet je leren!

Herken je dit bij jouw zoon of dochter?

  • Heeft voortdurend aansporing nodig vanwege uitstelgedrag.
  • Is snel afgeleid door mobiele telefoon en computer.
  • Heeft problemen met focus, concentratie en motivatie.
  • Heeft moeite met het maken van een planning.
  • Is gestrest en prikkelbaar voor een toets(week).
  • Heeft moeite met hulp vragen en/of accepteren.
  • Heeft last van onzekerheid en faalangst bij toetsen.
  • Haalt lage cijfers en presteert onder het niveau dat bij hem/haar past.
  • Heeft geen plan van aanpak en een gebrek aan leerstrategieën.

Maak jij je als ouder/verzorger hierover zorgen?
Wil je je kind graag helpen maar weet je niet hoe of het ontbreekt je wellicht aan tijd. Grote kans dat jouw kind van deze leeftijd niet open staat voor uw hulp. Vaak leidt dit thuis tot discussies over cijfers en huiswerk en is het moeilijk hierover goede afspraken te maken. Zou je willen dat jouw kind uit zichzelf aan het huiswerk begint, laat zien dat het verantwoordelijkheid daarvoor kan dragen en uiteindelijk uitgroeit tot een zelfstandige volwassene.

Hoe kan SLiM leren leren & plannen hierbij helpen?
Met SLiM leren leren & plannen leert jouw zoon of dochter in 12 online lessen hoe hij of zij snel, leuk, gemakkelijk en efficiënt kan leren. De training bevat instructiefilmpjes, presentaties, schema’s, checklists, stappenplannen, opdrachten en handige downloads. De visuele wijze waarop de lesstof wordt aangeboden, past bij de manier waarop leerlingen van deze tijd leren. Het geleerde wordt direct in de praktijk toegepast op opdrachten uit de training en het huiswerk van school. De lessen kunnen thuis in eigen tempo worden gevolgd en zijn daardoor eenvoudig in te passen in het schoolrooster en sportschema. Het starten met de training kan op elk gewenst moment in het schooljaar. Indien er extra begeleiding met een moeilijk onderdeel nodig is, kunnen extra lessen bijgeboekt worden (via Skype of in de praktijk). Je hebt daarbij de keuze uit drie pakketten (vanaf oktober).

Voor wie?
De training SLiM leren leren & plannen is ontwikkeld voor alle middelbare scholieren die willen leren hoe ze snel, leuk, makkelijk en efficiënt kunnen studeren zodat ze passende cijfers halen en toch vrije tijd overhouden voor hobby’s, vrienden, familie, ontspanning en/of een bijbaantje. Het programma is geschikt voor:

  • Leerlingen in de brugklas.
  • Leerlingen die een goede start willen maken in het nieuwe schooljaar.
  • Leerlingen die hun resultaten willen verbeteren om over te gaan.
  • Leerlingen die moeite hebben met leren vanwege bijv. dyslexie, dyscalculie, AD(H)D, autismespectrumstoornis, aandachts- en concentratieproblemen, werkhoudingsproblemen of beelddenken.
  • (Hoog)begaafde leerlingen.
  • Leerlingen die op de basisschool niet hebben geleerd hoe ze moesten leren omdat de lesstof (te) gemakkelijk was.

Wat levert de training jullie op?

  • Een betere sfeer in huis door minder strijd over huiswerk.
  • Een duidelijker doel voor ogen hebben (beter cijfer, over gaan, diploma, toekomst).
  • Meer plezier in leren.
  • Betere motivatie, concentratie en focus.
  • Meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel.
  • (Zelf)vertrouwen en een positievere houding t.o.v. huiswerk.
  • Betere planning.
  • Meer inzicht in kwaliteiten, vaardigheden, talenten en leerpunten.
  • Meer ontspanning en meer vrije tijd.

Inhoud training

  • Week 1: beginsituatie, leervoorwaarden, huiswerkplek.
  • Week 2: mindset & doelen stellen
  • Week 3: planning
  • Week 4: leerstrategieën
  • Week 5: actief leren & samenvatten
  • Week 6: mindmappen & woordjes leren
  • Week 7: concentratie & discipline
  • Week 8: tussendoelen evalueren
  • Week 9: leren voor een toets, verbanden leggen, overhoren, hulp vragen
  • Week 10: reflecteren na de toets en foutenanalyse maken
  • Week 11: toepassen
  • Week 12: doelen evalueren & hoe verder?

nieuw! Vanaf oktober 2018 Training; SLiM naar de Brugklas

Een speciaal programma voor kinderen uit groep 8 die naar het Voortgezet Onderwijs gaan. Een speciale training om ze voor te bereiden op de middelbare school. Er komt zoveel op ze af! Deze training is online en in de praktijk te volgen, zo gaat je kind goed voorbereid op weg! In deze training leert je kinu hoe het straks moet gaan plannen, hoe het omgaat met huiswerk en hoe je het beste kunt leren. Deze training heeft al veel kinderen geholpen met de overstap van het basis- naar het middelbaar-onderwijs!

Het programma bestaat uit 6 onderdelen:

  1. Verschillen tussen de basisschool en de middelbare school.
  2. Plannen
  3. Leren voor een toets
  4. Woordjes/begrippen leren
  5. Mindmappen
  6. Mindset

Het programma is zo gemaakt dat je dit samen met je kind kunt doorlopen. Daardoor weet je als ouder goed hoe jij jouw kind kunt helpen.
Het programma is makkelijk te gebruiken en stap voor stap te doorlopen.
Het is aantrekkelijk voor leerlingen uit groep 8 en sluit aan bij hun belevingswereld.

De duur van het programma is 6 weken, waarbij je elke week 1 onderdeel kunt doorlopen. Je krijgt in 1 keer toegang tot het hele programma, dus sneller of langzamer kan ook. Je krijgt een jaar lang toegang tot het programma, waardoor jullie rustig nog eens terug kunnen kijken.

Executieve functies en het onderwijs.

De laatste jaren hoor je het heel vaak, executieve functies. Een mond vol! Maar wat zijn executieve functies nu eigenlijk? Executieve functies zijn functies in ons brein die zorgen dat we goed kunnen functioneren in de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan respons-inhibitie, dit is het vermogen om je reactie te kunnen uitstellen, een voorbeeld is dat we wachten met een vraag stellen tot de ander is uitgepraat. Volgehouden aandacht is eveneens een voorbeeld hiervan; denk aan het verkeer, het is belangrijk dat wanneer je aan het verkeer deelneemt je je aandacht bij het verkeer houdt en niet kijkt naar alles om je heen.

Het zal je niets verbazen dat deze functies ook een belangrijke voorwaarde zijn om te kunnen leren. Wanneer iets moeilijk is, zul je extra je best moeten doen om het onder de knie of af te krijgen. Je zal moeten leren doorzetten en en daarbij doelgericht moeten werken. Om een spreekbeurt, werkstuk of leerwerk te maken zul je moeten plannen, je moet goed inschatten hoeveel tijd iets nodig heeft. Daarnaast moet je goed bedenken wat je allemaal nodig hebt, wanneer je dus gaat beginnen, waar je het gaat zoeken en uitvoeren etc. Dit vraagt vele vaardigheden die je dus nodig hebt om tot een goed resultaat te kunnen komen. Wanneer je je dan bedenkt dat deze executieve functies in hoge mate je schoolsucces bepalen, misschien zelfs wel meer dan intelligentie, dan begrijp je dat je er niet omheen kunt.

We kunnen de executieve functies in twee vaardigheden onderscheiden; gedrags- en denkvaardigheden. Hieronder een rijtje met executieve functies en bij welke vaardigheid deze horen.

Gedragsvaardigheden

• Respons-inhibitie: Het kind denkt eerst na over eventuele gevolgen voordat het wat doet of zegt.

• Emotie-regulatie: Het kind kan taken en opdrachten uitvoeren zonder belemmerd te worden door emoties.

• Volgehouden aandacht: Het kind kan zich lang genoeg concentreren op zijn taak.

• Flexibiliteit: Het kind kan zijn aanpak veranderen als iets niet werkt en omgaan met veranderingen.

• Taakinitiatie: Het kind kan op eigen kracht beginnen aan een opdracht.

• Doelgericht gedrag: Het kind kan doelen stellen en zichzelf blijven motiveren om het doel te bereiken.

Denkvaardigheden

• Planning: Het kind kan zelf een plan maken om een opdracht af te maken.

• Organisatie: Het kind kan zijn omgeving ordenen en overzichtelijk houden.

• Timemanagement: Het kind kan zelf de tijd in de gaten houden en zich aan deadlines houden.

• Metacognitie: Het kind kan terug kijken op zijn aanpak en na feedback van anderen, zijn aanpak aanpassen en verbeteren.

• Werkgeheugen: Het kind slaat op wat het heeft geleerd en kan de informatie toepassen in andere situaties.

Oke, maar hoe vertaal ik dit naar de dagelijkse praktijk? Hieronder wat voorbeelden die je wellicht herkent?

Responsinhibitie:

• Het kind praat vaak door anderen heen

• Het kind kan impulsief dingen roepen

• Het kind wordt onrustig als het lang moet wachten (in een rij)

Werkgeheugen:

• Als je het kind meerdere opdrachten geeft, onthoudt hij alleen de eerste

• Het kind raakt snel spullen kwijt of laat spullen slingeren

• Het kind vergeet snel wat het aan het doen was

Emotieregulatie:

• Het kind gaat snel huilen

• Het kind is snel van slag als iets anders gaat dan verwacht

• Het kind reageert heftig op ‘kleine’ problemen (kan niet tegen verlies)

Volgehouden aandacht:

• Als het kind een spelletje wilt doen heeft het al vrij snel zin in iets anders

• Het kind is snel afgeleid

• Het kind vindt het moeilijk om dingen af te maken

Taakinitiatie:

• Het kind stelt dingen uit die het niet zo leuk vindt

• Het kind moet vaak herinnerd worden aan taakjes of huiswerk

• Het kind vindt het moeilijk om zelfstandig aan een opdracht te beginnen

Planning:

• Het kind vergeet zijn huiswerk of leeropdrachten mee naar huis te nemen

• Als het kind veel te doen heeft, vindt hij het lastig om prioriteiten te stellen

• Het kind kan moeite hebben met grote opdrachten overzien en een tijdsplanning maken

Organisatie:

• Het kind vindt het lastig om zijn kamer netjes te houden

• Het kind heeft (vaak) een rommelige schooltas

• Als het kind een spelletje doet liggen alle onderdelen ongeorganiseerd op de tafel

Timemanagement:

• Het kind kan niet goed inschatten hoeveel tijd er nodig is voor een opdracht of taak

• Het kind begint altijd op het laatste moment

• Het kind heeft in de ochtend veel tijd nodig om op tijd klaar te staan voor school

Doelgericht gedrag:

• Het kind vindt het lastig om geld te sparen voor iets wat het graag wil hebben

• Het kind ziet niet in waarom het belangrijk is om huiswerk te maken

• Als het kind iets graag wil kunnen, ziet het niet in dat je daar voor moet werken

Flexibiliteit:

• Het kind vindt het lastig om een nieuwe aanpak te bedenken als iets niet lukt

• Het kind kan niet goed omgaan met een verandering

• Het kind kan lang blijven hangen op een bepaald onderwerp

Metacognitie:

• Het kind vindt het lastig om in te zien waarom iets niet lukt

• Het kind controleert zijn werk niet op fouten

• Het kind is slordig (met schrijven of foutjes maken)

Deze vaardigheden kun je efficiënt trainen met het spelen van spellen! Je leert omgaan met het maken van fouten, zo leer je flexibel zijn, je leert een plan bedenken en onthouden en je moet reflecteren op je eigen handelen. Daarnaast is dit een goede oefening om te leren omgaan met de EF emotie-regulatie en respons-inhibitie; kun je tegen je verlies? Kun je op je beurt wachten? Kun je rustig overleggen?

Het is belangrijk dat tijdens het spelen van spellen er begeleiding is voor het kind. Evalueer met de kinderen op het proces en houdt de vorderingen bij. Op deze manier kan het kind bewust leren om zijn executieve functies te versterken. Verwacht niet dat deze vaardigheden binnen twee weken versterkt zijn, dit heeft echt wel tijd nodig, maar veel spelen van spellen is goed voor je kind. En daarnaast is het ook gewoon leuk! De komende tijd zal ik regelmatig een post maken met spellen die je kunt spelen en welke executieve functies je allemaal traint!

Esther,

Praktijk ABraCaDabra

Foon, de multifunctionele alleskunner!

Een multifunctionele alleskunner, zo kan ik de FOON wel omschrijven. FOON is in te zetten voor alle vakgebieden. Het mag wel duidelijk zijn dat ik een groot fan ben van FOON. Er is eigenlijk geen begeleidingssessie dat ik de FOON niet gebruik. Wanneer kinderen de praktijk binnenkomen hoor ik al vaak; ‘Esther gaan we op FOON?’ De ervaring heeft geleerd dat eerst even bewegen voor we aan de slag gaan, heel goed werkt, dus rollen we FOON direct uit. Maar wat is die FOON nu eigenlijk en wat kun je er dan allemaal mee?

FOON is een grote mat van vinyl, hij heeft de vorm van een smartphone. Waarschijnlijk is dat wat kinderen aanspreekt. FOON beschikt over 10 toetsen in verschillende kleuren. Deze toetsen zijn allemaal groot genoeg om te springen. De kleuren komen overeen met de kleuren van de Rekenbootcamp. Voor kinderen die hiermee bekend zijn, werkt dat heel prettig. Wanneer ze nog geen rekenbootcamp hebben gevolgd leren ze verbazend snel de kleuren van de rekenbootcamp kennen. Op iedere toets staan letters, net als de mobiele telefoons van vroeger, toen we nog per toets meerdere keren moesten drukken om een letter te selecteren. Kinderen vinden dat heel interessant. Verder staan er nog verschillende symbolen op de FOON. Dit zijn zowel reken, als taalsymbolen. Wanneer je kinderen even hun gang laat gaan, ontdekken ze zelf al snel mogelijkheden met FOON. De leukste spellen ontstaan wanneer je ze hun gang laat gaan.

Ik start de begeleiding daarna met geheugentraining. Kinderen kunnen reeksen springen, die ik daarvoor opgenoemd heb. Ik noem een reeks en het kind springt deze na. Daarna varieren we in moeilijkheidsgraad. Het leuke is, dat het altijd goed is (ook wanneer het eigenlijk niet goed is). Het kind heeft zelf niet door wanneer het een reeks verkeerd springt en dat laten we lekker zo, op deze manier doet het alleen maar succeservaringen op.
Behalve geheugentraining oefen ik ook te tafels, plus en minsommen en spelling op FOON. De mogelijkheden zijn eindeloos en ik heb nog lang niet alle ontdekt. Samen met de kinderen blijf ik ook zoeken naar nieuwe spelletjes en manieren om FOON te gebruiken in de klas of tijdens de begeleiding. De kinderen krijgen een miniFOON mee om thuis en in de klas te oefenen. Vooral voor de tafels is dit heel prettig.

FOON is dus een fijne tool die ik in mijn praktijk inzet. Hij is makkelijk mee te nemen op locatie en kinderen zijn er dol op. Het maakt het leren leuker. Behalve dat het leuk is, werkt het ook nog eens heel goed! FOON is niet alleen voor professionals, ook ouders kunnen met FOON op een leuke manier oefenen!
Ben je na het lezen enthousiast geworden over FOON en denk je nu dat wil ik ook? Meld je dan aan voor een workshop! In 2,5 uur leer je de FOON helemaal kennen en ontvang je genoeg inspiratie om aan de slag te gaan. Een workshop kost €79,- en daarvoor ontvang je ook nog eens een FOON-mat t.w.v. €60,-!

Meer informatie over de FOON-Workshop vind je op http://www.praktijkabracadabra.nl mailen kan naar info@praktijkabracadabra.nl Tot gauw!

Iedereen kan leren rekenen met JaMaRa!

 

JaMaRa Rekenen

JaMaRa is een rekenaanpak om kinderen alsnog, opnieuw of beter te leren rekenen. De methode is ontwikkeld door Will Missot van het CNLS www.cnls.nl

Kinderen die op school vastlopen met rekenen en waar school eigenlijk de hoop al heeft opgegeven zijn gebaat bij JaMaRa.

Daar waar het op school mis gaat, pakt JaMaRa aan. Om te kunnen rekenen moet je de volgende onderdelen van rekenen onder de knie hebben:

  • Hoeveelheids- en getalbegrip
  • Getalstructuur
  • Automatiseringsvaardigheden
  • Deze onderdelen worden dan ook als eerste aangepakt bij JaMaRa.

Bij JaMaRa wordt er uitgegaan van de volgende punten:

  • 1 eenduidige strategie
  • zo concreet en dicht mogelijk bij het kind
  • zo min mogelijk handelingen hoeven te verrichten
  • zo min mogelijke talige rekenactiviteit
  • koppeling hoeveelheidsbegrip en getalbegrip aanbrengen
  • inzicht in getalstructuur aanbrengen
  • op de juiste wijze leren automatiseren

De eerste sessie zal een “onderzoekssessie”zijn. Hierin wordt er naar verschillende onderdelen

  • gekeken die eventuele leerproblemen in de weg zouden kunnen zitten.
  • Vasstellen hoeveelheidsbegrip, inzicht in de getalstructuur en automatiseringstechniek
  • Instaptoets om rekenautomatiseringsniveau te bepalen
  • Bespreken uitkomsten
  • Bespreken doelen
  • Opstellen plan van aanpak

JaMaRa gaat ALTIJD terug naar de basis, het fundament moet goed zijn om later met grote getallen te gaan rekenen. Wanneer het fundament tot en met 10 goed is, gaat er pas verder gerekend worden. Per sessie wordt er dan ook gekeken of uw kind toe is aan een volgend niveau. Er wordt een enkele strategie aangeleerd, die toepasbaar is op alle getallen van 1 tot oneindig. Daarnaast leert JaMaRa het kind rekenen in units plaats van tellen, waardoor het werkgeheugen niet belast wordt en het kind door kan krijgen hoe een en ander met betrekking tot optellen, aftrekken en inwisselen in elkaar grijpt.

JaMaRa leert als enige rekenmethodiek het kind de juiste denkstrategie aan om tot automatiseren te kunnen komen. Het gaat er niet alleen om WAT er gedacht wordt, maar bij automatiseringstaken vooral HOE er gedacht wordt. Rekenzwakke kinderen doen dit vrijwel altijd op een verkeerde manier. JaMaRa revalideert het denkproces. Tijdens het oefenen worden er zgn. ankers aangebracht, waarop het kind kan terugvallen. Dit zijn de steunpunten binnen de rekenhandelingen waarmee het kind niet meer verdwaalt of de kluts kwijt raakt.

De eerste niveaus moeten goed beheerst worden door uw kind. Dit zal dan ook iets langer duren dan de volgende (hogere) niveaus. Bij JaMaRa is het de bedoeling dat uw kind 1 keer in de 3 weken terugkomt bij ons om te laten zien wat hij/zij kan, en om eventueel verder te gaan naar een volgend niveau.

Thuis wordt er ook iets van u verwacht.

Per dag moet er 1 tot 2 maal geoefend worden. Dit duurt tussen de 5 en de 10 minuten per keer.

Bron: CNLS