Wat kun je nu allemaal doen om een goede pengreep te bevorderen? En waarom is dat belangrijk? Welke soorten pengreep bestaan er eigenlijk allemaal? De afgelopen weken heb ik steeds een klein stukje op Facebook geplaatst met tips. Ik heb alle tips nu samengevoegd in een blog.
Het is belangrijk dat kinderen in de groepen 1 tot 3 een zogenaamde ‘functionele‘ pengreep aanleren. Wanneer dit goed gaat is deze pengreep is dan een samenspel van duim, wijs- en middelvinger. De wijsvinger zorgt normaal gesproken voor de drukregeling op de pen punt. Je ziet echter vaak dat de duim de overhand heeft als de wijsvinger niet voor voldoende druk op de pen punt kan zorgen. Andere keren zie je de middelvinger naast de wijsvinger liggen. Dit komt vermoedelijk doordat de wijsvinger voor onvoldoende druk kan zorgen. Om die reden is het van belang om kinderen oefeningen te laten doen die deze ‘functionele’ pengreep activeren. De genoemde oefeningen zijn bedoeld om de duim, wijs- en middelvinger goed en ontspannen met elkaar te laten samenwerken.
Oefeningen voor de pengreep
- De oefening met het elastiekje tussen duim, wijs- en middelvinger werkt hier ook heel goed. Bij deze oefening hebben we een extra vinger; de middelvinger. Probeer het elastiekje rustig op te rekken.
- Klim vanuit de pengreep in een pen of potlood omhoog. Heen en weer in een rustig en ontspannen tempo. Wisselen van tempo is ook hier een goede afwisseling.
- Tik met de duim achtereenvolgens eenmaal de wijs- en middelvinger aan. Beweeg heen en weer en wissel in tempo.
- Neem een gum tussen duim, wijs- en middelvinger en laat deze ronddraaien. Zowel rechts- als linksom draaien.
- Neem een muntstuk en laat het tussen duim, wijs- en middelvinger ronddraaien. Zowel rechts- als linksom. Wissel de muntstukken af met verschillende grootte en dikte. Ook gier variëren in het tempo.
- Neem vijf muntjes in de hand en laat met de duim de munten één voor één op de tafel schuiven alsof je geld telt. Ook nu kiezen voor muntjes in verschillende maten. Ook hier kun je variëren in snelheid.
- Laat een potlood of pen met de toppen van de vingers ronddraaien. Rechtsom met de schrijfrichting mee.
- Laat je kind met de vingertopjes van “de pengreep vingers” in een potlood, stift of pen knijpen. Laat ze de druk vermeerderen en verminderen.
Oefeningen in het regelen van de druk
Alle kleuroefeningen met potlood en/of viltstiften zijn hiervoor eigenlijk geschikt! Lekker veel kleuren dus! Daarnaast kun je de volgende oefeningen doen.
- Schrijf of teken groepjes van 2 streepjes of 2 nullen waarbij het accent komt te liggen op een zelfde grootte en zelfde afstand. Ruitjespapier gebruiken is makkelijker bij deze oefening.
- Maak net boven een geschreven letter of woord de schrijfbeweging. Doe wat overdreven op het punt waar je de meeste druk moet zetten (probeer maar eens, je voelt het echt!). Hiermee oefen je de druk zoals het ook bij het daadwerkelijke schrijven voorkomt. Bij het in de lucht schrijven worden andere spiergroepen gebruikt.
Oefeningen voor de penoptillingen, belangrijk voor een vlot en doorlopend handschrift
- zet vanuit een vast punt streepjes in verschillende richtingen.
- Teken in ieder hokje van een ruitjesblad even grote streepjes. Werk van links naar rechts.
- Laat het kind in een bepaald vak een aantal stipjes (1-2-3 of 4) zetten. Eerst spontaan daarna voeg je er een opdracht bij als zet streepjes naast elkaar, zet streepjes onder elkaar.
- Schrijf of teken een figuurtje als een rondje of driehoekje enkele keren achter elkaar met een groeiend verschil in tussenruimte of grootte. Vraag aan je kind welke tussenruimte of grootte ideaal is voor hem of haar.
- Laat het kind een makkelijk teken zoals een boogje, streepje, kuiltje of woord bijvoorbeeld; eigen naam, woordjes als; en, om, man of vee, een paar keer achter elkaar schrijven. Iedere regel krijgt een groeiend verschil in de tussenruimte. Vraag aan je kind welke tussenruimte het meest makkelijk te maken is.
In mijn praktijk werk ik veelvuldig met kinderen rondom schrijfmotoriek. Veel kinderen zijn te vroeg begonnen met te dunne potloden, dat laat de ontwikkeling van de hand stagneren. Ze blijven dan hangen in een bepaalde fase. Door bovenstaande oefeningen kun je je kind helpen deze ontwikkeling door te maken. Vaak zijn er ook nog actieve handreflexen aanwezig. Deze kunnen we middels oefeningen integreren.
Wil je hier meer over weten of zoek je hulp voor jouw kind? Neem vrijblijvend contact met mij op. Meer informatie vind je op de website; http://www.praktijkabracadabra.nl